Categorieën
(i)mvo

Bureaucratie

Beleid dat politiek of strikt juridisch gezien correct is, hoeft niet noodzakelijk aan te sluiten op algemene rechtsbeginselen en daarmee doorgaans ineffectief. Dit zorgt voor achteruitgang of terugval.

Een slechte gewoonte!

Een Koning die de mensenrechten wil bevorderen door het bedrijfsleven kan niet zonder rijksambtenaren en burgemeesters die de discipline hebben strenge gedragsnormen naleven. Het is immers de bedoeling dat vastgestelde normen en beginselen worden nageleefd. Met ‘vastgestelde normen’ wordt niet een theorie bedoeld, maar door de praktijk aangetoond.

Willen we een rechtsstaat behouden dan houdt (internationaal) maatschappelijk verantwoord ondernemen dat ook kinderen het goede voorbeeld wordt gegeven. Wordt de jongere generatie niet met de algemene rechtsbeginselen grootgebracht, doordat de autoriteit niet consequent en niet consistent vanuit de rechtsstaatgedachte handelt, dan ontstaan verschillende opvattingen of dwaalwegen.

Cognitieve dwaalwegen in combinatie met menselijke misdraging is de kortste weg naar slecht of zelfs ontsporend leiderschap. Instellingen die controlekwesties en taken niet (willen) delen, leveren het vermoeden van plichtsverzuim of strafbare feiten. Dit verstoort de processen – lees: werkzaamheden die de medewerkers uitvoeren. Een slecht voorbeeld doet ook navolgen.

Door het terugdringen van de discretionaire ruimte (beslissingsvrijheid) in de uitvoering zijn ook de checks and balances – onderlinge controle en verantwoording – of noodzakelijke spelregels op de achtergrond geraakt. Terugkoppeling of het corrigeren van tekortkomingen in het functioneren van de rechtsstaat vindt dan niet (meer) plaats. In de jaren negentig is de rechtsstaat duidelijk op de retour, al begonnen de ontwikkelingen eerder. Pas aan het begin van deze eeuw worden de gevolgen in toenemende mate zichtbaar. Een ‘slechte gewoonte’ is echter niet eenvoudig afgeleerd!

Het is dan ook niet vanzelfsprekende dat Rijksambtenaren en burgemeesters zich gedragen conform deze principes. Waar het problematisch wordt is wanneer de autoriteit repressief ingrijpt op feedback. Misbruik van overwicht of bedreiging leidt in de regel tot gedwee maken en demoraliseren van de ‘onderdaan’ of ‘zorgvrager’. Aangezien de overheid de opvoeding van het kind naar zichzelf toegetrokken heeft of deze taak uitbesteed aan andere (dan de eigen familie) stelt dit eisen aan de ‘zorgaanbieder’.

Ook de maatschappelijke dienstverlener is een ‘zorgaanbieder’ en zal de dienst moeten afstemmen op de reële behoefte van de zorgvrager en eventuele andere hulp-, zorg- of dienstverlening. Dit houdt in dat de processen – lees: werkzaamheden die medewerkers uitvoeren – goed op elkaar afgestemd moeten worden. In 2013 heeft de AIV geconstateerd dat dit niet (noodzakelijk) het geval is. Dit levert het vermoeden op dat niet het gedrag van de zorgvrager de praktijk vestigt, maar het (mis)handelen van betrokken hulpdiensten.

Sociaal pedagogische vaardigheden

Dit gegeven maakt duidelijk dat de ontwikkeling van algemene cognitieve vaardigheden in de eerste 18 jaar van de ‘professional’ niet bij alle ‘leerlingen’ is bevorderd; dit zegt iets over de ‘meester’ of ‘leraar’.

Wordt er wel daadwerkelijk in de jongere (generatie) geïnvesteerd of is de ‘meerdere’ hoofdzakelijk individualistisch ingesteld? Zorgt niet het bestuur (hoofdzakelijk) voor zichzelf en de eigen carrière en te weinig of niet voor de burger waarvoor die (overheids)dienst is ingesteld?

Duidelijk is dat tal van ambtenaren de prioriteiten niet juist hebben gelegd! Dit brengt de ander – afhankelijk van dat besluit – mogelijk in het nadeel.