Onbehoorlijk Bestuur

Via de mail vraag ik Ministers, Kamerleden en ambtenaren aandacht voor deze groeiende en hardnekkige problematiek. De burger verwacht een daadkrachtig bestuur die met geschikte maatregelen komt.

De vermenging van boven- en onderwereld in de wereld van zorg, dienstverlening en volkshuisvesting is zorgelijk.

Activiteiten – lees: handelen – van het UWV (W&I) en de gemeente (W&I) leiden voortdurend (of herhaald) tot  aantasting van de effectieve rechtsbescherming van de burger. Dit gebeurt door administratieve handelingen (bureaucratisering van beleid), zonder tussenkomst van een rechtbank en rechtshulp en zonder enig recht op inspraak (al heeft het de schijn/wordt die indruk gewekt). Mensen die worden aangewezen op de  Wet maatschappelijke ondersteuning worden niet alleen misleid, maar lopen ook het gevaar te worden uitgebuit en opgelicht.

Dit gegeven levert het vermoeden dat niet het gedrag van vele burgers de praktijk vestigt, maar het handelen van betrokken overheidsorganen zelf met als achtergrond de eigen rechtsovertuiging. Ook is de aanbieder zelf Wmo-adviseur en Wijkcoach. Zelfs de rechterlijke macht dwaalt. Dit kan aan de hand van de praktijk worden afgeleidt, waardoor de nieuwe rechtsregel wordt gevormd (staatsrecht). 

Dit gegeven levert het vermoeden van een misdaad of (staats)misdrijf. Inspecteur-generaal Mr. M.J. (Marc) Kuipers is verantwoordelijk voor de uitvoerende diensten van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Zo signaleert signaleert de Inspectie SZW risico’s en relevante ontwikkelingen op de beleidsterreinen van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en meldt deze aan bewindslieden en beleidsmakers.

De Commissie Korthals Haltes (AIV) constateert in 2013/2014 dat rechtsstatelijke waarborgen zijn aangetast, hetgeen oplevert dat  effectieve rechtsbescherming van de burger in toenemende mate is aangetast. Het beleidsartikel  Kwaliteitsbeleid in de Wmo moet dan ook als een  bestuursrechtelijke maatregel worden gezien. Wanneer regels ontbreken of onhelder zijn, of de wetten moeten buiten toepassing worden gelaten, dan wordt  in een dergelijk geval de decentrale overheid geacht aan zijn verplichtingen te voldoen door de bepalingen van de richtlijn te volgen. 

Uit actieve participatie van  Juridische Diensten Bestuurs- en Concernondersteuning blijkt dat strikt juridisch gezien het besluit wel klopt, maar daarmee voldoet het niet noodzakelijk aan de richtlijnen. Dit zijn situaties waarin ook sprake kan zijn van  schending door lidstaat van verplichting tot omzetting richtlijn

Doordat de decentrale overheid de richtlijn niet tijdig, niet geheel of niet correct implementeert, ontstaan situaties waarmee het gezin of het individu geconfronteerd wordt. Handelt de decentrale overheid bijvoorbeeld ook in strijd haar verplichtingen op grond van
het nationaal recht (gelijkwaardigheidsbeginsel) dan is niet de burger maar de overheidsfunctionaris daarvoor aansprakelijk. 

Al is het besluit van de decentrale overheid strikt juridisch gezien correct, toch kan sprake zijn van een onvolkomenheid of onregelmatigheid en ontstaat een situatie waarin beleid en regelgeving – lees: besluitvorming – onvoldoende aansluit op algemene rechtsbeginselen. Dit zijn niet alleen situaties die niet alleen  ineffectief beleid tot gevolg hebben, ook wordt het  recht op behoorlijk bestuur aangetast, hetgeen onhoudbaar kan blijken bij de rechter. 

Door actieve participatie van de officier van justitie (Openbaar Ministerie) blijkt dat deze geen bevoegdheid zou hebben dit  beleid en handelen van de decentrale overheid – lees: de maatschappelijke organisatie – te toetsen. Dit levert het resultaat op dat de uitvoerende macht niet gebonden is door het recht, maar ook ontbreekt de  scheiding van machten (legaliteitsbeginsel). Bij voorbaat is de implementatie van de  rechtmatigheidsverantwoording in 2021 vernietigd. Voor de Europese Commissie kan dit aanleiding zijn een inbreukprocedure te starten. 

Mensen die worden aangewezen op de  Wet maatschappelijke ondersteuning moeten erop kunnen vertrouwen dat deze van goede kwaliteit is. Ook van de overheidsfunctionaris en de aanbieder wordt verwacht dat zij aandacht hebben voor  interdisciplinaire samenwerking en  nieuwe verhoudingen tussen burger en beroepskracht. Door een verkeerd gebruik van de methode en het proces kunnen de activiteiten leiden tot een  georganiseerde misdaad

Van georganiseerde misdaad is volgens de Raad van Europa en de Europese Unie sprake als wordt voldaan aan ten minste de volgende vier criteria: samenwerking van twee of meer personen. Witwassen (of verduisteren), grootschalige fraude en mensenhandel zijn voorbeelden van  georganiseerde criminaliteit. Vaak wordt dat illegaal verkregen vermogen geïnvesteerd in legale branches, zoals vastgoed en horeca. Die vermenging van boven- en onderwereld is uiterst zorgelijk.

De informatie die er voorhanden is – dit gegeven – levert ook het vermoeden van  misbruik van procesrecht en  handel waaraan op een oneerlijke of verboden manier wordt verdiend (zwendel). Oplichting is een vorm van bedrog, een misdrijf waarbij de dader een ander ontdoet van geld of van waardevolle goederen. Ook dit komt voor bij huisuitzettingen die uit de activiteiten voortkomen, waardoor verdere of voortdurende aantasting van de effectieve rechtsbescherming van de burger

Naar het oordeel van de AIV kan beter gebruik worden gemaakt van beschikbare informatie. Ten aanzien van het gebruik van beschikbare informatie merkt de AIV (Advies 87, hoofdstuk III) op dat diverse instellingen en organen over relevante informatie beschikken, maar dat deze niet altijd bekend is bij de instellingen of organen die de rechtsstaat bevorderen. Burgemeester A. Aboutaleb is het met mij eens dat we deze kennis (of informatie) moeten delen en beter benutten. Opmerkelijk dat de aanbieder daar geen gebruik van wil maken, het niet begrijpt, maar er in de directie- en bestuurskamer ook niets van wil begrijpen. 

Er zou meer overdracht van informatie moeten worden georganiseerd, bijvoorbeeld door terugkoppeling te organiseren vanuit rechtspraak en andere toezichtmechanismen naar politieke gremia, aldus de AIV. De aanbieder wil dit echter verhinderen of zelfs verbieden en grijpt repressief in. Uit de activiteiten die de aanbieder met de GGD Rotterdam Rijnmond onderneemt volgt een  misdrijf. Ook andere ambtenaren zijn hier  getuige van, maar niemand grijpt in. Verwijtbaar gedrag levert het vermoeden van plichtsverzuim of een strafbaar feit. 

Het goed functioneren van de rechtsstaat is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de lidstaat zelf. In een democratische rechtsstaat bestaan mechanismen die eventuele tekorten in het functioneren van de rechtsstaat behoren te corrigeren. Daarbij kan een rol zijn weggelegd voor rechterlijke toetsing, voor parlementen, of voor de media en non-gouvernementele organisaties, die de bevolking kunnen mobiliseren. Deze ROL wil de non-gouvernementele organisatie namens de directie, het bestuur en de dagelijkse leiding niet. Niet alle medewerksters staan daar achter. 

Wat mij verder bekend is, is dat  juridische malversatie kan leiden tot  insolventie van de organisatie. Niet alleen kan dit schade berokkenen aan een organisatie met een klein aantal werknemers, het kan ook de  economie van een stad als Rotterdam direct treffen. Het ontwricht de maatschappij: mens en organisatie gaan kapot of ten onder. De schade is groter dan menigeen overziet (of wil zien). Helaas, in de directie- en bestuurskamer bij Stichting Ontmoeting wil men het niet zien. Maar is het bij andere beter gesteld? De overheidsfunctionaris blijft immers nog steeds in gebreke. De plicht tot het bieden van effectieve rechtsbescherming wordt genegeerd, door de decentrale overheid. . 

Mogelijkheden om de rechtsstaat verder te versterken worden ondermijnd of gesaboteerd en de activiteiten leiden tot  schending van mensenrechten in een productieketen, waarin de  decentrale overheid geen kleine rol van betekenis speelt. Dit levert een misdrijf tegen de Nederlandse staat of de staatsinrichting. De aanslag ondernomen met het oogmerk om de grondwettige regeringsvorm of de orde van troonopvolging te vernietigen of op onwettige wijze te veranderen, wordt gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste dertig jaren of geldboete van de vijfde categorie.

Hoe kan het dan gebeuren dat zaken zo georganiseerd zijn dat het leveren van kwaliteit ondermijnd ligt en daarbij sprake is van  aantasting van de effectieve rechtsbescherming van de burger? In feite is dit wat in Jesaja hoofdstuk 10 in het kort is samengevat in de eerste twee verzen. Daaruit volgt een  inbreukprocedure en dan is men afhankelijk van de praktijken van de overwinnaar (vae victis). Wil Nederland dit voorkomen, dan zal zij de  interne rechtsorde moeten herstellen.

Zo zien we ook dat veel jongeren geen andere optie hebben dan ‘dwangarbeid’ en overgeleverd zijn aan de grillen van een  zittend heerser. Uit noodzaak zijn sommige ZZP-er, om te overleven: wilsvrijheid ontbreekt veelal. Het is niet dat zij het werk niet willen doen, maar sociale, wettelijke en economische bescherming is marginaal en vaak onder de maat. Ook alleenstaande moeders/ouders kampen met deze stresssituatie. 

De directeur-bestuurder wil geen verklaring geven en is niet bereid zich te verantwoorden. De minister-president, hoe vaak heeft ook hij er niet omheen gedraaid? Kan hij dat motiveren? Hoe integer zijn de burgemeester en de vice-premier? Die vermenging van boven- en onderwereld op statelijk niveau is uiterst zorgelijk. Mensen die zich verzetten tegen die vermenging worden verdrukt en vervolgd. Gezien onze geschiedenis ook niet ‘vreemd’, maar wel zorgelijk: wee. 

Sophie In’t Veld meld al in 2006 dat burgers in toenemende mate kansloos zijn, maar wat is tot op heden gedaan en bereikt? Verdere aantasting van de effectieve rechtsbescherming van de burger. Dit is strijdig met de verdragsbeginselen en heeft gevolgen voor de internationale samenwerking. Duidelijk wordt waarom de  decentrale overheid een eigen rechtsplicht heeft, net zo goed als de rechtsstaat een plicht heeft. Een ‘lager orgaan’ kan zich niet schuilen achter een ‘hoger orgaan’, maar heeft zelf verantwoordelijkheid. In feite behoren deze naast elkaar te staan en de spelregels voor het noodzakelijke samenspel te respecteren.

Hoe moeilijk is het om te ‘luisteren’? De gezaghebbende blijkt niet in alle gevallen de (onafhankelijke)  professionele expert te zijn die de situatie op haar merites beoordeelt en daarbij de geschikte maatregelen treft. Ook de 17-jarige die leiding of sturing geeft aan een organisatie weet dat je  competenties en vaardigheden in kaart brengt, voor je iemand (zelfstandig) te werk stelt. Hij is bekend met de situatie. Hoe komt een teamleider erbij dat ik na 30 jaar die ‘gave’ niet zou hebben? Omdat ik burger ben en hij beroepskracht? Hier is artikel 1 Grondwet dus in opspraak en discrimineert ook de overheidsfunctionaris de burger – lees: ongelijke behandeling (ook bij belonen en straffen). 

Wat is er mis, met de mensen, die het doen? Met doen doel ik op een slechte uitoefening van de functie! Ook personen die een sleutelrol vervullen binnen de rechtsstaat is verwijtbaar gedrag aan te rekenen, ook andere verzuimen in meerdere mate hun plicht. Een slecht voorbeeld doet ook volgen. Het is niet alleen schadelijk maar ook staatsgevaarlijk. 

Gaat hier verandering inkomen of wordt de onderwereld definitief de bovenwereld? Bekend is dat de lidstaten traag zijn met het omzetten van de kaderbesluiten die zijn gebaseerd op het beginsel van wederzijdse herkenning. Zo draagt het Stockholm Actieplan de Europese Commissie op in de periode 2010-2014 maatregelen voor te stellen die het wederzijdse vertrouwen zullen vergroten, waaronder versterking van de bescherming van rechten van de mens, voorstellen voor minimumnormen op het gebied van het strafprocesrecht, productie van handboeken en het aanbieden van opleidingen voor openbare aanklagers, advocaten en rechters. Ook hier ligt een rol voor de Inspecteur-Generaal (Justitie en Veiligheid). De Inspectiedienst signaleert de risico’s en relevante ontwikkelingen op de beleidsterreinen van het ministerie van Justitie en Veiligheid en meldt deze aan bewindslieden en beleidsmakers, maar schiet te kort wanneer de officier van justitie bij het Parket Rotterdam onvoldoende of geen terugkoppeling organiseert. Dit levert het vermoeden van plichtsverzuim of een strafbaar feit, maar ook verdwijnt deze illegale handel (in de mens zelf) in de doofpot. 

Al met al is Nederland traag met de versterking van de rechtsstaat en de bevordering van maatschappelijke voorwaarden, waardoor publieke en private instellingen die het niet zo nauw nemen met de  mensenrechten en (mensen) handel drijven waaraan op een oneerlijke of verboden manier wordt verdiend alle ruimte is geboden. Ook de GGD Rotterdam Rijnmond werkt hier aan mee of spant samen, hetgeen resulteert in een misdrijf. Het illegaal verkregen vermogen wordt vervolgens geïnvesteerd in legale branches, waardoor een zittend heerser nog meer aanzien en macht verwerft.

Die vermenging van boven- en onderwereld in de wereld van zorg, dienstverlening en volkshuisvesting is zorgelijk.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *