Eenzijdige dwaling

Inkoop- en Aanbestedingsbeleid Rotterdam en verder: de professionalisering in de Jeugdzorg.

“De rechtsstaat is ook voor (stief)kinderen!” – visie (stief)ouders

Mail van 18 augustus 2020: Geachte Advocaat, beste lezer,

Ontwikkelt zich niet van tijd tot tijd, wanneer alles goed lijkt te gaan, voor een zittend heerser, een eenzijdige dwaling? Er zijn meer mensen die in hun lezing de vooroorlogse periode naast de huidige beleidsontwikkelingen leggen. Ook is vast te stellen dat bij Stichting Zorg sprake is van Tirannie, overheersing/dominantie, manipulatie en dwang. Uit wat er als eis werd voorgesteld bleek niet een tijdelijke sanctie, maar een levenslange deportatie of verplaatsing – lees: verwijdering – van personen. Beroepskracht en burger worden voorgoed van elkaar verwijderd, of als de beroepskracht toch contact legt, wordt zijn verwijderd. Uit de activiteiten, gezien een gebrek aan rechtsstaat en de aantasting van effectieve rechtsbescherming, leidt dit ook tot verwijdering van de kinderen.

Al met al leveren de activiteiten dat bedrijven de mensenrechten niet bevorderen, maar ook dat de overheid zelf te weinig doet om mensenrechtenschending en mensensmokkel te voorkomen. Sterker nog: de overheidsfunctionaris stelt voor, de komende vijf jaar subsidie te verstrekken aan bedrijven die zich niet geroepen voelen, mensenrechtenschending in een productieketen te voorkomen. Uit het cliëntervaringsonderzoek blijkt verwijtbaar gedrag, hetgeen het vermoeden levert van een (dreigend) delict.

Uit Advies 87 van de Adviesraad Internationale Vraagstukken blijkt dat het aan de vereiste samenwerking ontbreekt, hetgeen de vrije ruimte biedt aan ‘dubieuze transacties’. Bekend is dat, als de buit voor het grijpen ligt, is de verleiding groot. Daar Stichting Zorg een erkend leerbedrijf is, bestaat hier de kans, zoals ook in de tijd dat de sociale zekerheid door de Farizeeën werd geregeld, sommige vanaf de jeugd een levenspad volgen dat later waarschijnlijk naar criminaliteit leidt. De eerste beginselen worden ook niet (aan)geleerd! Ook dit gedrag van beroepskrachten, kan een verklaring zijn voor het feit dat de cliënt niet stabiel blijkt te zijn.

Het (bestuurs)proces van destructief leiderschap bestaat uit overheersing/dominantie, manipulatie en dwang …

In dit soort situaties doet de gemeente dan ook een bodemloze investering, al is destructief leiderschap bijna nooit uitsluitend destructief: in de meeste situaties zijn er slechte en goede resultaten. In de oudheid werd verondersteld, dat wie een profetische visie heeft, uitkomst weet te bieden. Toch zegt Paulus daar iets over, “maar had de liefde niet”.

Meneer de Advocaat, wat ik geleerd heb in eerdere relaties: schijn bedriegt! Ik ben van mening, er zelfs van doordrongen, dat ook David deze pijnlijke les heeft gehad. Het zijn psychische (leer) processen en daaraan wou de zorgaanbieder zelf, de directeur-bestuurder, geen aandacht aan schenken. Wat mij bijvoorbeeld ook door actieve participatie van beroepskrachten is gebleken, dat talent wordt verwaarloosd. Ook de beroepskracht wordt onheus bejegend. Gegeven is dat onheus behandelde medewerkers doorgaans minder tevreden zijn met hun werk, minder verbonden met hun organisatie en eerder geneigd te vertrekken. Een vrouw die echter loyaal aan organisatie is, zal zich echter niet snel uit het veld laten slaan!

Aan een misleidend idee of denkbeeld van een directeur-bestuurder, die de wetenschappelijke toets der kritiek niet kan doorstaan, heeft de cliënt niets, maar ook de organisatie als geheel krijgt niet de ondersteuning en sturing die deze nodig heeft. Want wát is de realiteit van oppervlakkige relaties? Dit bevordert de ontwikkeling van de persoonlijkheid niet, hetgeen in strijd is met de richtlijn uit artikel 17 Europees Sociaal Handvest. Al gaat het in dit Handvest specifiek over kinderen en jeugdigen, bij ouderen, wanneer sprake is van een persoonlijkheidsstoornis, is deze omgeving – dat zijn ook de geschikte mensen – eveneens van belang!

Opmerkelijk is dat de teamleider in het laatst wil voorschrijven wat voor hulp doeltreffend voor de cliënt zou kunnen zijn, al ontbreekt de wetenschappelijke onderbouwing. De teamleider zou er beter aan doen, zelf aan de persoonlijke ontwikkeling te (blijven) werken. Steeds duidelijker wordt dat de aanbieder beelden of denkbeelden presenteert die zijn gebaseerd op aannames. Dit leidt tot manipulatie en dwang.

Recent hoorden we dat minister-president Rutte geen socioloog is. Maar wat is het belang of de (toegevoegde) waarde van een professionele eigenschap als zelfkennis? Dit maakt dat je je functie beter uitoefent? Sunzi schreef het volgende over zelfkennis in zijn boek De kunst van het oorlogvoeren: “De generaal die zichzelf en zijn tegenstander kent, zal honderd veldslagen winnen. Wie wel zichzelf kent, maar niet de vijand, zal naast elke overwinning een nederlaag lijden. Wie noch zichzelf, noch de vijand kent, zal zeker verliezen”.
Maar wat te denken van kennis en (h)erkenning van de leden of medewerkers van de eigen organisatie?

Ook wanneer het dus gaat om de professionalisering in de Jeugdzorg moet worden beantwoord aan een kenmerk als, “de op de beroepskracht rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiend uit de professionele standaard.” Kennelijk worden kwaliteiten, persoonskenmerken of persoonlijke eigenschappen voorgewend? Is het wel zorg, dat geboden wordt, of is het ‘koopmanschap’? De persoon heeft charisma, maar een tekort aan ethische waarden. Dit wordt via de mail bevestigd. Staat er niet in 2 Petrus 2 dat de christen moet waken, voor situaties waarin met ‘gladde praatjes’ koopmanschap wordt bedreven en de mens zelf als zaak wordt verhandeld, vanwege “perverse financiële geldprikkels”? Maar wie signaleert dit?

Duidelijk wordt dat wanneer het bij de Rijksoverheid aan professionalisering of kwaliteitsmanagement ontbreekt, daarnaast ook de spelregels voor het noodzakelijke samenspel naar de achtergrond zijn verdrongen en de grondregels van de democratische rechtsstaat niet worden beschermd, ook het Koninkrijk zelf geen Juridische bescherming of Zekerheid meer geniet.

Het is een gegeven dat de mazen van de wet worden de speeltuin van slimmeriken, maar de slimmeriken zijn zelf verantwoordelijk, aan het legaliteitsbeginsel te beantwoorden. Ook de advocaat wordt gebonden door het recht. In een aantal gevallen, zoals bij misbruik procesrecht, kan een rechtsregel worden afgeleid aan de hand van de praktijk. Een uitspraak van de Hoge Raad kan dan als kaderbeleid gehanteerd worden. De gemeente heeft haar Rechtsplicht te vervullen en naar de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep blijft de gemeente verantwoordelijk voor het besluit, maar ook voor de effectieve rechtsbescherming.

De rechter heb ik gewezen op artikel 20 Grondwet. De bestaanszekerheid der bevolking en spreiding van welvaart zijn voorwerp van zorg der overheid. De wet stelt regels omtrent de aanspraken op sociale zekerheid. Daarnaast houdt het beginsel van fair play – eerlijk proces – in, dat een bestuursorgaan de burger zorgvuldig bejegent in die zin dat het bestuursorgaan het verkrijgen van wat een burger als zijn recht ziet, niet door het uitstellen of het niet nemen van een beslissing waarbij de burger belang heeft, mag bemoeilijken of frustreren. Helaas neemt het bestuursorgaan, ook Juridische Diensten Bestuurs- en Concerndirectie ook besluiten die direct aanleiding zijn tot aantasting effectieve rechtsbescherming van de burger.

Het wordt steeds duidelijker dat het bestuursorgaan beleid en regelgeving volgt of opstelt, dat onvoldoende aansluit op algemene rechtsbeginselen. Een ander probleem is dat de rechter nalatig is, wanneer het gaat om het vaststellen van algemene rechtsregels. Rechterlijke controle, in het bijzonder op gezagsdragers, vormt de kern van het openbaar bestuur. Een verzuimdelict tast dus het recht op behoorlijk bestuur aan, en raakt direct het functioneren van de rechtsstaat!

Zoals eerder onder de aandacht gebracht, hoeft er in het staatsrecht niet eerst een gewoonte te bestaan, alvorens uit de praktijk de rechtsregel afgeleid kan worden. De Hoge Raad heeft al enkele jaren geleden, ik meen 2014, ook gewezen op de eigen verantwoordelijkheid van de rechter. Met dat de officier van justitie ook geen reden ziet bij te sturen of in te grijpen, blijft een eenzijdige dwaling.
In de situatie dat er nieuw bewijs is opgedoken of omdat de echte dader heeft bekend na een onherroepelijke veroordeling duidelijk wordt dat de veroordeling onterecht is, dan is de gemeente, het bestuursorgaan, gebonden aan haar plicht tot het bieden van effectieve rechtsbescherming – een essentieel aspect van de rechtsstaat! In de rechtsstaat wordt de overheidsmacht aan banden gelegd door het recht (zoals het woord zelf reeds aanduidt). En recht is meer dan een systeem van wetten.

In een rechtsstaat worden burgers tegen de macht van de staat beschermd door wetten. Het kan niet zo zijn dat met de Wet maatschappelijke ondersteuning de grondwettelijke regeringsvorm wordt gewijzigd. Het is een staatsmisdrijf. De rechter dient de grondregel te beschermen. Door actieve participatie van de rechter – aan de hand van de praktijk – kan worden onderzocht of de rechter competent is. Bij gebrek aan competentie en vaardigheden is (dreigend) gevaar van een strafbaar feit, waardoor (dreigend) een misdrijf. Hier dient de rechter zelf op bedacht te zijn!

Bekend is dat de rechtsstaatgedachte is ontwikkeld tegen de praktijk van absolute vorsten (zoals Lodewijk XIV of koning Saul). Vanuit de rechtsstaatgedachte is willekeur te voorkomen en zijn rechtszekerheid en rechtsgelijkheid te bevorderen. Uit actieve participatie van de overheidsfunctionaris blijkt een eenzijdige dwaling: de consensus – lees: rechtsstaatgedachte – ontbreekt.

In 2010 werd De Jonge benoemd tot wethouder van Onderwijs, Jeugd en Gezin in de gemeente Rotterdam. In dat jaar bestond de Wmo 3 jaar en leverde een voorverkenning op dat het aan kwaliteit (en professionaliteit) in de Wmo ontbreekt. Van beroep monteur heb ook ik ernstige bedenkingen en constateer erosie van de rechtsstaat, waarvan in de jaren tachtig al signalen in de maatschappij te bespeuren waren. De gevolgen worden aan het begin van deze eeuw in meerdere mate zichtbaar, ook zie ik dat middelbare-scholieren achterlopen in de ontwikkeling. De Jonge heeft het over ‘kwetsbare ouders’, maar ik heb ernstige bedenkingen over het functioneren van Hugo de Jonge. De bevolking wordt immers verwaarloosd of effectieve rechtsbescherming wordt aangetast. Rechtszekerheid en rechtsgelijkheid gaan al enkele decennia achteruit; een ‘gezonde achterdocht’ had ik daarover toen ik 17 was.

De lasten worden voor de jongere steeds zwaarder, doordat met name het recht bemoeilijkt, gefrustreerd of gehinderd wordt. Dit heeft te maken met een lage score van democratie en rechtsstaat. De vraag is dan of de ‘omgeving’ waarvan in artikel 17 van het Europees Sociaal Handvest wordt gesproken wel ‘voorradig’ is. Wanneer ik oude geschriften of beschavingen onderzoek, is dit niet voor het eerst in de geschiedenis van de mensheid, zoals ook de minister, een geleerd en onderlegd mens, ook uit zijn Bijbel heeft kunnen halen. Zo niet, dan ben ik bereid hem te onderleggen in de Schriften.

Meermaals is vastgesteld dat (ook) de overheidsfunctionaris tekortschiet waardoor aantasting effectieve rechtsbescherming, zoals ook door het Nederlands Advocaten Comité (Familie en Jeugdrecht) is geconstateerd. Wie heeft dan een cognitieve stoornis? De burger, of de beroepskracht? De burger of de staatsbeoefenaar? De werkloze, of de werkende? Arm en rijk, zij ontmoeten elkaar, maar dit zegt niets over de verstandelijke vermogens. Oordeelt dan een rechtvaardig oordeel!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *