Aanslag tegen het Rijk

“In een Inleiding tot het Staatsrecht en het Bestuursrecht valt te lezen dat de rechter niet mag onderzoeken of een wetsbepaling afwijkt van de Grondwet. Daarop zal de wetgever zélf bedacht moeten zijn.”

In het NRC van dinsdag 4 augustus 2020 lezen wij van “Hongkong verandert in een ijzingwekkend tempo in een stad waar iedereen op zijn tellen moet passen. Sinds de omstreden veiligheidswet is ingevoerd verdwijnen fundamentele democratische vrijheden.” Hoe anders is het in Nederland gesteld met de Wet maatschappelijke ondersteuning?

Kennen wij de grondslagen van de moderne staat, zoals de Jong en Schuszler met het studieboek  Staatkunde, Nederland in drievoud kenbaar maken, dan zien wij met  Kwaliteitsbeleid in de Wmo een aantal opmerkelijke verschillen, dat ook door communicatie met de officier van justitie duidelijk wordt. Rechterlijke controle ontbreekt of wordt uitgevoerd door een toezichthouder die het college aanwijst. Verder is sprake van (dreigende) schending van de  Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibop), waaronder een (dreigend) strafbaar feit.

De Wet Bibob is een (preventief) bestuursrechtelijk instrument.

Als er een ernstig gevaar dreigt dat bijvoorbeeld een vergunning wordt misbruikt, kan de bevoegde overheidsinstantie de aanvraag weigeren of de afgegeven vergunning intrekken. Zo wordt voorkomen dat de overheid criminele activiteiten faciliteert en wordt bovendien de concurrentiepositie van bonafide ondernemers beschermd.

Opmerkelijk is dat Ir. A. Aboutaleb na een korte tijd als staatssecretaris te hebben gediend, voorzitter is van het collegebestuur. Ook de rol van M.G.J. (Mark) Harbers is bedenkelijk. De heer Harbers was eerder politiek adviseur van minister  Zalm en in de periode 2007-2009 wethouder van Rotterdam. Bij de implementatie van de  Wet maatschappelijke ondersteuning uit 2007 was hij dus wethouder van Rotterdam, maar na zijn vertrek blijkt uit een voorverkenning dat het niet  effectief is. Het biedt onvoldoende of geen kwaliteit. 

De Juridische Infrastructuur schiet tekort/Garanties of waarborgen ontbreken

In een Inleiding tot het Staatsrecht en het Bestuursrecht valt te lezen dat de rechter niet mag onderzoeken of een wetsbepaling afwijkt van de Grondwet. Daarop zal de wetgever zélf bedacht moeten zijn. Uit het Meerenberg-arrest uit 1879 komt wel de rol van de rechter tot uitdrukking.

Met  Kwaliteitsbeleid in de Wmo zien wij dat meer macht in handen van enkelen is gelegd, maar ook dat er (dreigend) gevaar is van willekeur. Zo zullen er bijvoorbeeld verschillen ontstaan in gemeenten als Rotterdam waar VVD, CDA en PvdA een dominante rol spelen of strategische posities in hun macht hebben. We zien dit ook met de ‘stoelendans’ of ‘baantjescarrousel’. Toezicht faalt, „Het lijkt alsof ze bewust wegkijken.”

Behalve dat dit het vermoeden levert van fraude, uitbuiting en georganiseerde criminaliteit, levert dit ook het vermoeden van een  Aanslag tegen het Rijk of een  Staatsgreep. Een zelfcoup of autocoup, een daad waarbij een zittende heerser zijn macht uitbreidt op een manier die tegen de grondwet of de politieke gebruiken van een land ingaat, is ook een staatsgreep. Kijken wij naar de delictsbestandsdelen bij  Aanslag tegen het Rijk, dan wordt met ondernomen niet gedoeld op een vorm van voorbedachte rade.

Het Nederlandsche Strafrecht

De aanslag ondernomen met het oogmerk om het Rijk geheel of gedeeltelijk onder vreemde heerschappij te brengen of om een deel daarvan af te scheiden, wordt gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste dertig jaren of geldboete van de vijfde categorie.

Daarnaast kan er sprake zijn van een  Aanslag tegen de Regeringsvorm. De aanslag ondernomen met het oogmerk om de grondwettige regeringsvorm of de orde van troonopvolging te vernietigen of op onwettige wijze te veranderen, wordt gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste dertig jaren of geldboete van de vijfde categorie.

De Nederlandsche Grondwet

Artikel 20 Grondwet brengt het recht op een toereikende levensstandaard tot uitdrukking. Dit cruciale recht voor het leiden van een menswaardig bestaan, geldt voor de gehele bevolking, dus ook voor ingezetenen die niet (meer volledig) zelf in hun levensonderhoud kunnen voorzien. In artikel 20, eerste lid, Grondwet, worden bestaanszekerheid en spreiding van welvaart tot voorwerp van overheidszorg verklaard. De rechten op sociale zekerheid en bijstand, neergelegd in respectievelijk artikel 20, tweede lid, en artikel 20, derde lid, vormen een nadere invulling van het breed geformuleerde artikel 20, eerste lid, Grondwet. Daarnaast kunnen burgers zich beroepen bij de rechter en heeft de verdragsbepaling niet alleen voorrang boven wetten en andere regelingen, maar zelfs boven de Grondwet. Daardoor vormen met name de grondrechtenverdragen een belangrijke aanvulling op het grondrechtenhoofdstuk in onze Grondwet. 

De  Wet maatschappelijke ondersteuning vormt met het  Kwaliteitsbeleid in de Wmo ook een (dreigende) schending van artikel 11 Grondwet, het verbod op foltering en onmenselijke of vernederende behandeling, het recht op menselijke integriteit, en tot slot de menselijke waardigheid. Een “vernederende behandeling” gaat gepaard met vernedering en krenking, veeleer dan fysiek en mentaal lijden. Opzettelijke belediging (krenking) is volgens het Nederlandse strafrecht een klachtdelict. Dit is het gevolg van de activiteiten die uit het beleid van de gemeente voortkomen en onder de verantwoording van het collegebestuur vallen. 

“Normen vervagen en normovertredingen nemen toe”

Daarbij is ook het recht op godsdienstvrijheid in het geding. Vooral joden en christenen lopen in het hedendaagse Europa wederom gevaar. Normen vervagen en normovertredingen nemen toe. Dit doet denken aan de vooroorlogse jaren uit de vorige eeuw. 

In 2015 ontbreekt in de persoonlijke situatie de sociale, wettelijke en economische bescherming door een reeks aan gebeurtenissen, beginnend met een uitspraak van de rechter in een echtelijke scheiding, besluiten van de Belastingdienst en verlies van betaalde arbeid. Ik klop bij de Koning en de burgemeester aan, deze zijn vanaf het begin betrokken in de ontwikkelingen die volgen. 

De vraag is of een  Wmo-adviseur in deze crisis- of conflictsituatie wel competent is. Ik vraag derhalve de aandacht van andere organen voor dit nationaal en tevens internationaal probleem!