Rechtsstatelijke Waarborgen

In hun zendingsbrieven waarschuwen de eerste (generatie) volgelingen van Christus voor diverse vormen van mensenhandel of mensenrechtenschending veroorzaakt door beleid en handelen van (vermeende) christelijke autoriteiten. Om geldkwesties komen sommige in de verleiding relevante normen en principes te negeren of buiten toepassing te laten, ook hun volgelingen of de leerlingen worden niet goed geïnstrueerd.

Ook andere studies tonen aan dat destructief leiderschap de kwaliteit van organisatieleven verlaagt en afleidt van organisatiedoelen. Het maatschappelijk belang is onder deze heerschappij in het geding, hetgeen ook het vermoeden van uitbuiting en zorgfraude oplevert, waardoor de kosten voor de verzorginsstaat oplopen. Al in de jaren negentig doet zich de vraag voor of we deze (stijgende) kosten in de toekomst nog wel kunnen of willen betalen. Verlaging van kwaliteit door slechte uitoefening van het beroep kan worden vergeleken met kwakzalverij in de geneeskunde.

Gedurende de regeringsperiode van Jan Pieter Balkenende ontstaat de Wet maatschappelijke ondersteuning, maar de vraag is of deze wel voldoende werd aangesloten op het Europees Sociaal Handvest of algemene rechtsbeginselen. De officier van justitie bij het Openbaar Ministerie Rotterdam deelt recent mee dat hij geen bevoegdheid zou hebben aangaande het beleid binnen of rondom de Wmo-2015. De vraag die dan gesteld moet worden is: “Hoe kon het gebeuren dat de situatie ontstaat dat de rechtsstatelijke waarborg ontbreekt?”

Deze ‘praktijk’ brengt met zich mee dat de prakatijk niet gevestigd wordt door het gedrag van vele burgers maar door het handelen (en het beleid) van betrokken overheidsorganen op basis van hun rechtsovertuiging, dat niet voldoende aansluit op algemene rechtsbeginselen. Dit levert het vermoeden van uitbuiting, zorgfraude en onrechtmatige verrijking. Sterker nog: de bevolking wordt door de ambtenaar tot zondebok of zwart schaap gemaakt, om zichzelf vrij te pleiten (bewust of door nalaten). Het is een ambtsmisdrijf.

Onderzoeken wij beleid en strategie van één van de dienstverleners in het bijzonder, dan valt op dat de directeur-bestuurder niet de noodzakelijke kennis heeft en het ook niet wil begrijpen. Dit is hoe hij zaken doet of koopmanschap/handel bedrijft. Het is een delict dat het vermoeden van een misdrijf oplevert. Ook de medewerkster wordt in de verkeerde richting gezet of op verkeerde gedachten gebracht. Er is dus sprake van het proces van destructief leiderschap dat bestaat uit overheersing/dominantie, dwang en manipulatie. Met enig recht wordt door wetenschappers destructief leiderschap als een belangrijk sociaal vraagstuk aangemerkt dat nader onderzoek rechtvaardigt.

Het begrijpen en voorkomen van destructief leiderschap wordt door wetenschappers even belangrijk, zo niet belangrijker gevonden dan het begrijpen en bevorderen van positieve aspecten van leiderschap. Emotioneel beschadigd zijn (‘emotional abuse’) door het gedrag van leidinggevenden is namelijk een van de meest voorkomende problemen op de werkvloer, maar ook binnen de Maatschappelijke Organisaties van decentrale overheden. Sterker nog: menig burger of cliënt die wordt aangewezen op de Wet maatschappelijke ondersteuning ervaart psychisch lijden door het wanbestuur of schending van het recht van behoorlijk bestuur. Juridische garanties blijven ondanks grondrechtenverdragen uit, hetgeen het vermoeden van misbruik van procesrecht oplevert.

Als vast komt te staan dat iemand misbruik van procesrecht heeft gemaakt, wordt aangenomen dat diegene kan worden aangesproken voor de volledige proceskosten van zijn wederpartij (dus inclusief diens volledige advocaatkosten). Uit een aantal zaken door de Centrale Raad van Beroep behandelt waarbij beleid en handelen van betrokken gemeenten is beoordeeld kan de nieuwe rechtsregel worden herleidt: de beslissing blijft de verantwoordelijkheid van de gemeente en valt dus onder de verantwoording van het collegebestuur.

Door programmatische afspraken te maken wenst het kabinet tot een betere aanpak van de schuldenproblematiek te komen, maar de verantwoordelijkheid voor een gedegen aanpak blijft bij de gemeente. Door het cliëntervaringsonderzoek (kwaliteitsmanagement) kan de burger, aangewezen op de Wet maatschappelijke ondersteuning, onvolkomenheden en onrechtmatigheden van algemene, operationele en financiële aard terugkoppelen naar politiek fora. Zodoende kan de cliënt maatschappelijke voorwaarden bevorderen, wanneer de dienstverlener halsstarrig struikelblokken blijft voorwerpen.

Terugkoppeling vanuit de rechtspraak naar wetgeving en beleid, zoals reeds verscheidene jaren geleden door de Raad van State bepleit, kan ook worden toegepast bij rechtspraak van het EHRM en het Hof van Justitie inzake voor de rechtsstaat belangrijke onderwerpen. Zodoende kan de cliënt nationaal en internationaal een bijdrage leveren en Partijen helpen, zowel nationaal als internationaal, zodanige voorwaarden te sheppen op basis waarvan rechten en beginselen daadwerkelijk kunnen worden verwezenlijkt. Het blijft echter de vraag of de decentrale overheid, het collegebestuur, medewerking gaat verlenen of het beginsel van loyalitieit blijft negeren.

Duidelijk wordt dat de praktijken van het collegebestuur Rotterdam en/of de Maatschappelijke Organisatie Rotterdam Rijnmond de internationale samenwerking kan bevorderen, maar ook de repuatie van velen kan beschadigen en internationale samenwerking kan bemoeilijken, frustreren of zelfs hinderen. Dit onderstreept het nut of belang van peer review zoals ook de  Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) kenbaar maakt en door de AIV wordt onderschreven.

Zo ook worden aan de ene kant plots 800 ‘professionals’ van een baan voorzien, maar ‘verdwijnen’ andere professionals via een ‘achterdeur’. Dit levert het vermoeden van fraude, uitbuiting en georganiseerde criminaliteit binnen de keten van werk en inkomen (arbeidsuitbuiting, mensensmokkel en grootschalige fraude op het terrein van de sociale zekerheid). Dit valt niet alleen onder verantwoording van het Openbaar Ministerie, maar is ook mede de verantwoordelijkheid van de concerndirecteur Maatschappelijke Organisatie Rotterdam Rijnmond. Opmerkelijk is, dat deze of niet reageren of te kennen geven geen bevoegdheid te hebben. Wat ook opvalt is dat niet bekend gemaakt wordt dat de burger naar de Inspecteur-Generaal Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan gaan om daar de capaciteit te versterken. Dit levert het vermoeden van plichtsverzuim of een strafbaar feit.

Het blijft het werk van mensen !

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *