Rechtsvorming

Rechtsstatelijkheid is een deugd, integriteit een component van de rechtsstaat!

In januari 2017 nam ik waar dat de medewerkster van Stichting Ontmoeting de corruptie hekelt. Corruptie wordt het best omschreven met het Engelse woord “decay” als “verwaarlozing”. Het proces van destructief leiderschap verlaagt de kwaliteit van het  organisatieleven en leidt af van doelstellingen. 

‘De rechtsstaat is geen rustig bezit, geen huis waarin we onbezorgd kunnen gaan slapen’ – Wijlen Senator Willem Witteveen (PvdA), 2014

Uit een Promotieonderzoek blijkt dat beleid en regelgeving vanuit gemeenten of de decentrale overheid doorgaans niet (meer) voldoende aansluit op algemene rechtsbeginselen, daarbij is sprake van een proces van destructief leiderschap dat bestaat uit overheersing/dominantie, misleiding en dwang, voortvloeiend uit een juridische cultuur van werken (beleid en strategie – het is aangepraat en aangeleerd). ‘Dienstverleners’ maken de dienst uit en de ‘staat’ heeft er geen grip meer op. De relatie tussen de overheid en de burger is daarbij ook in het geding.

Niet alleen verstoort de Teamleider de relatie tussen de begeleidster en haar cliënt, maar ook wordt de relatie tussen de overheidsmacht en de burger verstoord; deze verruwd. In zijn mail van 2 september 2019 spreekt de directeur-bestuurder van ‘dwang’, maar maakt daarbij de cliënt tot zwart schaap, om zichzelf vrij te pleiten. Ook hij draagt zorg voor de verwarring of zaait in verderfenis (om een wat oudere terminologie te gebruiken). 

Correspondentie met de Teamleider levert het vermoeden van het proces van destructief leiderschap dat bestaat uit overheersing/dominantie, misleiding en dwang. Uit een  integriteitsonderzoek blijkt dat  beleid en handelen of  gedrag vanuit de Stichting oorzaak is van  vrouwenhandel en mogelijk leidt tot  kinderhandel. Dit levert het vermoeden op dat beroepskrachten ‘gegijzeld zijn’ en de cliënten in ballingschap (moeten) leven. Dit frustreert de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht en een liefdesrelatie.

Door ondermijning of sabotage van  sociale, wettelijke en economische bescherming staan veel alleenstaande ouders onder druk. Dit is mij de laatste 10 jaar niet ontgaan! Ongewenst gedrag van buiten het gezin/huishouden wordt door sommige als  terreur ervaren, zoals mij door de persoonlijke ervaring in 2015/2016 werd bevestigd, alvorens ik zonder pardon op straat stond. Een onderzoek naar mogelijk verwijtbaar gedrag van de rechter levert het vermoeden van plichtsverzuim of een strafbaar feit.

Al bestaan er  liefdesrelaties (binnen de bemoeizorg), en krijgen deze geen bestaansrecht, veeleer is sprake van een parasiterende relatie. Dit levert het vermoeden van een speciaal soort oplichter die voorziet in de eigen behoeften door systematisch mensen te bedriegen over haar of zijn afkomst (affiniteit), vaardigheden, intenties of prestaties. Dit doet denken aan fraude, uitbuiting en georganiseerde criminaliteit binnen de keten van werk en inkomen (arbeidsuitbuiting, mensensmokkel en grootschalige fraude op het terrein van de sociale zekerheid) en misbruik of oneigenlijk gebruik van de  Wet maatschappelijke ondersteuning. Ook het Jaarverslag uit 2016 levert een aanwijzing. 

Wanneer we beseffen dat de  juridische infrastructuur tekortschiet (bekend sinds januari 2014) dan rijzen ook vragen over  beleid en handelen van het Advokatenkollektief Rotterdam. Ook bij het Juridisch Loket zijn  gebreken aan het licht gekomen, die voortvloeien uit (aanhoudend) gedrag van de directie. Ook hier is sprake van ‘Dwang’, zoals een woordvoerster van de FNV ook constateert.

Zoals aangegeven had de bedrijfsleider geen oog (meer) voor de cliënt – diens rechten en belangen – en ook keek hij niet om naar de omgeving (maatschappelijke verantwoordelijkheid ontbreekt). Het is frappant dat de rechter tal van feiten buiten beschouwing laat en duidelijk inbreuk doet op het  zorgvuldigheidsbeginsel (een algemeen rechtsbeginsel). Verwijtbaar gedrag levert het vermoeden van plichtsverzuim of een strafbaar feit. Opmerkelijk is dat de  officier van justitie (OM Rotterdam) aangeeft geen bevoegdheid te hebben en dus stuurt deze niet bij. De taken van de Inspecteur-Generaal SZW vallen echter wel onder verantwoording van het Openbaar Ministerie.

Doordat er dus een gebrek is aan rechtsstaat worden andere normen van toepassing of kracht; deze vormen daarmee een krachtiger mechanisme om te  corrigeren. Dit kan erin resulteren dat Het CAK besluit kosten op de Stichting te verhalen. Daar sprake is van  Schending door Lidstaat tot omzetting van richtlijn, zal de staat de gevolgen van de veroorzaakte schade moeten wegnemen. Terugkoppeling naar politiek fora, zoals de AIV adviseert, is daarbij van belang, zoals ook de Raad van State al jaren aanraadt.

Neem ik geen medicatie of aanvaard ik geen andere hulp, dan wil de Stichting of de Teamleider niet  samenwerken. De nieuwe bedrijfsleider doet net zo min moeite als zijn voorganger en toont geen (maatschappelijke) verantwoordelijkheid. Ik heb al in 2018 aangegeven dat de Teamleider misleidende beelden presenteert, maar de bedrijfsleider gaf aan dat hij nooit (eerder) klachten zou hebben ontvangen. Een jaar later geeft hij te kennen ook nooit de moeite te hebben willen nemen. Hij stelt zich niet  leerbaar op en wil tevens de  leerprocessen van de cliënt (burger) niet bevorderen. Controlekwesties en taken niet willen delen, zoals in het  Jaarverslag uit 2016 en de mail van  16 juli 2019 (de Teamleider) tot uitdrukking komt levert het vermoeden van fraude, misbruik of oneigenlijk gebruik. Ook de regiodirecteur is hiervan op de hoogte, maar verstrekt toch een juridische medewerker de opdracht er een juridisch geschil van te maken. Dit levert ook het vermoeden van misbruik van het procesrecht. De vraag is dan of de opdrachtgever of haar advocaat voor alle proceskosten opdraait.

Het Staatsrecht (beroep daarop)

Al is het bestaan van ongeschreven staatsrecht in concrete gevallen vaak moeilijk aan te tonen, zo’n ongeschreven regel heeft wel een hoge rangorde want zelfs een regel van de Grondwet kan erdoor opzij worden gezet. Een complicerende factor is bovendien dat er in het staatsrecht niet eerst een bepaalde gewoonte hoeft te bestaan, alvorens uit de praktijk een bepaalde rechtsregel mag worden afgeleid.

Duidelijk wordt ook dat niet iedere rechter of ambtenaar in zulke specifieke gevallen  competent is, daar de ervaring nog ontbreekt. Nu wordt ook duidelijk waarom ik Zijne Majesteit in oktober 2015 informeerde over ‘De Verwaarloosde Staat’. “Zorg voor de rechtsstaat kan beter beginnen … ” is een zinsnede uit de publicatie van de AIV over het functioneren van de rechtsstaat. Er is een bepaalde (vooroorlogse) situatie ontstaan dat om een  leiderschapsstijl vraagt. Wij zien dan ook dat een  Inspecteur-Generaal de organisatie op een vergelijkbare manier als de  Generaal Landmacht ontwikkelt en op missie stuurt. Vergelijkbaar met de bouwwereld gaat het ook hierbij om  deelprojecten die op elkaar aan moeten sluiten, soms gelijktijdig plaatsvinden, maar ook door elkaar lopen; dit lijkt chaotisch. 

Het leiden van divisieorganisaties die aan projecten werken waarin 60.000 tot 80.000 mensen aan werken of de interventie in verwaarloosde organisaties is een specialisme die niet 1, 2, 3 komt aanwaaien.

Terwijl de 62-jarige bedrijfsleider het niet begrijpt (ook niet wil begrijpen) denkt de Teamleider dat een jonge vrouw zonder de vereiste ervaring voor mij een betere toekomst gaat regelen. Hij en een medewerkster (sinds 2019 in dienst) proberen mij in elk geval te overtuigen, als dat ik het niet op een rijtje zou hebben!
Bedenk wel dat de (hulp)officier krijgsmacht met een hoge mate van stress om moet gaan, zoals ongewenst gedrag binnen en buiten de organisatie, maar ook ‘schaarse middelen’ ter beschikking heeft. Toch moet deze mensen, middelen en processen doelmatig en doeltreffend inzetten om de doelen te bereiken.

Van de gezaghebbende professionele expert wordt verwacht dat hij de situatie op haar merites beoordeeld, maar dan noch zijn er niet direct gemakkelijke oplossingen om de knelpunten op te lossen en gemeenschappelijke doelen te bereiken.

In de jaren negentig stel ik vast dat zulke omvangrijke  projecten ongeveer 5 jaar in beslag nemen. Uit de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur dat in 2003 is ingesteld, bij Koninklijk Besluit, blijkt ook de bekende beleidscyclus van 5 jaar (Leviticus 19: 25).
Met het  Inkoop- en Aanbestedingsbeleid van de gemeente Rotterdam komt ook de  Integriteitsbeoordeling ter sprake. Het is dan ook aan de  Wmo-adviseur die de  Inkoop en Aanbesteding organiseert hiernaar te kijken. Om in 2021 aan haar  Rechtmatigheidsverantwoording te kunnen voldoen, zal de gemeente Rotterdam dit voor het verstrijken van dit jaar goed voorbereid moeten hebben. 

Duidelijk is ook dat de  staat en  samenleving voortdurend aan  herstel en/of verhaal zullen moeten werken, want hoe goed een plan ook is, er kan altijd wat fout gaan. Het gezamenlijke doel van de regeringen die de OESO-Richtlijnen onderschrijven is het stimuleren van de positieve bijdragen die multinationale ondernemingen aan economische, ecologische en sociale vooruitgang kunnen leveren, alsmede het minimaliseren van de problemen waartoe hun activiteiten kunnen leiden.
Het gelijkwaardigheidsbeginsel vereist dat voor een vordering waarbij het EU-recht wordt ingeroepen de regels van nationaal recht niet ongunstiger mogen zijn dan voor een vergelijkbare vordering die enkel gebaseerd is op nationaal recht.  

Volgens de definitie van het Ministerie van Buitenlandse Zaken is het gelijkwaardigheidsbeginsel de verplichting van elke lidstaat om bij de inrichting van de interne rechtsorde ervoor te zorgen dat de procesregels voor rechtsvorderingen  die ertoe strekken de rechten te beschermen die de justitiabelen aan het Unierecht ontlenen niet ongunstiger zijn dan die welke voor soortgelijke nationale vorderingen gelden. Daarnaast moeten voorwaarden worden geschapen om, zoals ook in het  Europees Sociaal Handvest tot uitdrukking komt, de rechten en beginselen daadwerkelijk te verwezenlijken. Deze wettelijke voorschrift of grondrechtenverdrag is effectief sinds 1961 en in 2006 herzien, maar wordt doorgaans niet geraadpleegd of blijft buiten toepassing. 

Hiermee wordt duidelijk dat er antwoorden zijn, maar men moet wel bereid zijn om ernaar te zoeken. Vaak kijkt men de andere kant op, en dus keren ‘we’ achterwaarts. De bedrijfsleider doet geen moeite het te bgrijpen of te zien, en de Teamleider wil geen gesprek hierover voeren, anders dan dat de cliënt kiest voor medicatie of de standpunten – onder dwang – wijzigt.
Misstanden mag de cliënt van de Teamleider niet aankaarten, hetgeen een deugdelijk Integriteitsbeleid dat de Ondernemingsraad wenst in de weg staat. De mails en brieven, ook die van de advocaat die namens de Stichting naar Team handel en haven stapt, kunnen worden uitgelegd als een poging tot  chantage of  omkoping. Corruptie gaat vaak samen met andere strafbare feiten zoals valsheid in geschrifte, witwassen en deelname aan een criminele organisatie.

Dit gegeven levert het vermoeden op van  Koopmanschap in de zin van  Mensenhandel. De Stichting heeft immers met een  kwetsbare doelgroep te maken, wiens situatie precair is. De gemeente blijft verantwoordelijk voor het besluit, maar ook heeft zij een Rechtsplicht

Met  Kwaliteitsbeleid in de Wmo blijf ik onverminderd werken aan de  kwaliteit van de democratische rechtsstaat Nederland, waarbij zowel naar de  maatschappelijke voorwaarden als naar de  rechtsstatelijkheid wordt gekeken. 

JE MAINTIENDRAI