Artikel 120 Gw

Dit artikel beschrijft dat de rechter niet in de beoordeling van de grondwettigheid van wetten en verdragen treedt.

Dit heeft met de grondwettelijke regeringsvorm te maken:

In Staatkunde, Nederland in drievoud, zetten de auteurs de grondslagen van de moderne staat uiteen. Zij gaan in het kort in op de wordingsgeschiedenis ofwel de ‘oprichting en uitbreiding van het Koninkrijk’, en de internationale relatie(s). Bekend is dat Nederland sinds 1848 niet alleen een Constitutionele Monarchie is, maar ook een Parlementaire Democratie. De Grondwet van 1848 ging verder dan alleen maar de samenwerking tussen de Koning en het Parlement.

Naar aanleiding van een aantal botsingen of geschillen is het volgende vastgesteld: ‘In onderlinge samenhang bezien, betekenen deze regels dat krachtens de Nederlandse Grondwet de volksvertegenwoordiging uiteindelijk het laatste woord heeft en niet de monarch of de regering. Hiermee wordt voldaan aan de grondregel van de democratische rechtsstaat dat de volksvertegenwoordiging het hoogste ambt in de staat is en daarmee een wezenlijke rol speelt in de wetgevende macht.’

Zo kan een Tijdelijke Commissie Uitvoeringsorganisaties een Inbreukprocedure starten wanneer deze constateert dat een persoon of een onderneming zich schuldig heeft gemaakt aan een schending van ‘dit’ Verdrag op welke schending de bepalingen van artikel 83 niet van toepassing zijn, verzoekt zij de Lid-Staat waaronder die persoon of die onderneming ressorteert, ter zake van deze schending maatregelen te nemen op grond van zijn nationale wetgeving.

Uit Advies 87 van de Adviesraad Internationale Vraagstukken blijkt immers verwijtbaar gedrag. Dit levert niet alleen het vermoeden van plichtsverzuim of een strafbaar feit, als misbruik van bevoegdheid, maar ook van een onverbiddelijke situatie. Door Kwaliteitsbeleid in de Wmo, een ‘kaderartikel‘, te realiseren wordt het mogelijk dader(s) en delict te identificeren. Daarmee stellen mensen die zijn aangewezen op de Wet maatschappelijke ondersteuning, en door wanbeleid of bestuurlijke nalatigheid in de knel zijn geraakt, de staat in de gelegenheid de gevolgen van de ontstane schade weg te nemen.

Personen die zich blijven verzetten en dus misbruik maken van wet en recht, kunnen uit hun functie worden gezet of volgens bepalingen in het Wetboek van Strafrecht en/of Wetboek van Strafvordering aangehouden en ingerekend worden.

Dit gegeven, hoe kort ook, laat zien hoe complex de Maatschappelijke Opdracht is en geeft ook weer hoe zwaar het voor burgers kan zijn. Ook de begeleidster komt in de knel door het wanbeleid van haar werkgever.

Uit ‘De rechtsstaat is ook voor kinderen‘ blijkt misbruik van bevoegdheid of misbruik van wet en recht (bewust of door nalaten). De overheidsfunctionaris oefent zijn of haar beroep niet naar behoren uit.

Kort gezegd moet antwoord worden gevonden op de vraag of
er voldoende gedaan wordt aan “feitelijke onderbouwing ofwel waarheidsvinding” en, zo ja, hoe dit voorkomen kan worden. Ook moeten de gevolgen verholpen worden en de kans op herhaling voorkomen.